Zoeken in
Resultaat verfijnen

Normen
Status
Filters wissen
Zoeken in normenFilter resultaten
3370 resultaten
NEN 2757-1 Norm
B
Bijlage B (normatief) Overzichtskaart van kustgebied en binnenland Figuur B.1 — Verdeling kustgebied en binnenland Tabel B.1 — Postcodes behorende bij de windsnelheidsgebieden van figuur B.1a Den Helder e.o. 17.. 1780   1782   1784   1786     1781   1783   1785   1787 Kustgebied 16.. 1600 16.. 1691 19.. 1930 26.. 2691 82.. 8233 86.. 8611 90.. 9076  
NPR 3378-3 NPR 3378
3   Termen en definities
Voor de toepassing van dit deel van NPR 3378 gelden de termen en definities in NPR 3378-0. In NPR 3378-0 is aangegeven uit welke normen de termen en definities afkomstig zijn.
NPR 3378-3 NPR 3378
4   Algemeen
Volgens de prestatie-eisen moet het leidingwerk zo zijn ontworpen en geconstrueerd dat het drukverlies ervan niet meer is dan het verschil tussen de werkdruk en de minimale benodigde verbruiksdruk van het toestel volgens de toestelfabrikant (zie bijlage A). Daarbij behoort ermee rekening te worden gehouden dat de kans op het gelijktijdig in bedrijf zijn van alle aangesloten gastoestellen in een
NPR 3378-3 NPR 3378
A.3.3   De kengrootheid van Reynolds
De kengrootheid van Reynolds wordt bij stroming in een leiding als volgt gedefinieerd: waarin: v0 is de snelheid bij p0 en T0, in m/s; D is de inwendige diameter, in m; ρ0 is de dichtheid van het gas bij p0 en T0, in kg/m3; η is de dynamische viscositeit van het medium bij de heersende druk en temperatuur in de leiding, in Pa × s.
NPR 3378-3 NPR 3378
A.3.4   De relatieve wandruwheid ε
In het diagram van Colebrook en White wordt over het begrip relatieve wandruwheid gesproken. De vergelijking om de relatieve wandruwheid van een leiding te bepalen luidt: waarin: ε is de relatieve wandruwheid; K is de gemiddelde ruwheidslengte van het pijpmateriaal, in mm; D is de inwendige diameter van het leidingdeel, in mm. In tabel A.1 zijn K-waarden van diverse buismaterialen
NEN 3028 Norm
1   Onderwerp en toepassingsgebied
NEN 3028 geeft eisen te stellen aan het ontwerpen, aanleggen en opstellen van zowel gebouwgebonden als industriële verbrandingsinstallaties, welke worden gestookt met vaste, vloeibare of gasvormige brandstoffen, uit de tweede en derde familie volgens NEN-EN 437. Noodvoorzieningen worden eveneens hieronder begrepen. In stook- en opstellingsruimten waar meer brandstofsoorten kunnen worden gestookt
NEN 3028 Norm
5.1   Plaatsing in stookruimte of in opstellingsruimte
Een verbrandingstoestel in een gebouw is opgesteld in een stookruimte of een opstellingsruimte. Een verbrandingstoestel in een gebouw moet zijn opgesteld in een stookruimte, indien a) de totale nominale belasting van de verbrandingstoestellen in die ruimte groter is dan 130 kW, tenzij het een lokaal verwarmingstoestel betreft; of b) het toestel deel uitmaakt van een verbrandingsinstallatie
NEN 3028 Norm
5.3   Algemene ruimte-aspecten voor stookruimten en opstellingsruimten
De ruimte waarin een verbrandingstoestel is opgesteld behoort zo te zijn uitgevoerd dat: — de bediening, het onderhoud en de reparatie aan het toestel naar behoren kan worden uitgevoerd; — de kans op het ontstaan van brand door het toestel in de ruimte zo klein mogelijk is; — de temperatuur in de ruimte niet beneden 0 °C kan dalen en niet kan stijgen boven 40 °C. Echter, indien
NEN 3028 Norm
6.4   Toegankelijkheid en vluchtroutes van een opstellingsruimte niet bestemd voor het verblijven van personen 1)
Een opstellingsruimte moet, vanwege veilige arbeidsomstandigheden, te allen tijde op een veilige en gemakkelijke wijze kunnen worden verlaten en bereikt. De ruimte moet ten minste één veilige uitgang hebben. De (vlucht)mogelijkheden vanaf elk toegankelijk punt in de ruimte naar de uitgang moeten evenals de vluchtmogelijkheden buiten de ruimte een onbelemmerende doorgang hebben van minimaal 0,85
NEN 3028 Norm
6.5   Verbrandingslucht en ventilatie voor een opstellingsruimte
6.5.1   Algemeen Een opstellingsruimte moet een voorziening hebben voor voldoende luchttoevoer voor de verbranding. Bovendien moet de ruimte, afhankelijk van zijn afmetingen, aanvullend voldoende worden geventileerd om te voorkomen dat de ruimtetemperatuur hoger dan 40 °C wordt. 6.5.2   Constructie luchttoevoer- en luchtafvoervoorzieningen De voorziening voor luchttoe- en afvoer moet bij
Zoeken in de websiteFilter resultaten
23 resultaten
Pagina
Termen & definities
U kunt alle termen en definities vinden in NPR 3378-0. Hier staan alle relevante zaken helder voor u uitgelegd.