Zoeken in
Resultaat verfijnen

Normen
Status
Filters wissen
Zoeken in normenFilter resultaten
2776 resultaten
NEN 2757-1 Norm
8.4.3   Situatie 2
Situatie 2 wordt als volgt omschreven: Een toevoer in een gevel ten opzichte van een afvoer in een lager gelegen aangrenzend dakvlak, en een toevoer in een gevel ten opzichte van een afvoer in een lager gelegen gevel, waarbij de gevels worden gescheiden door een dakvlak. Voor een inspringende gevel moet de lengte van de verbindingslijn tussen de afvoer tot de eerst bovengelegen dakrand minder
NEN 2757-1 Norm
8.4.12   Situatie 11
Situatie 11 wordt als volgt omschreven: Een toevoer in een gevel of dakvlak ten opzichte van een hoger of even hoog gelegen horizontale afvoer in een tegenoverliggende gevel of tegenoverliggend dakvlak met een helling gelijk aan of groter dan 23º ( tabel 4).
NEN 2757-1 Norm
8.4.13   Situatie 12
Situatie 12 wordt als volgt omschreven: Een toevoer in een gevel of dakvlak ten opzichte van een lager gelegen horizontale afvoer in een tegenoverliggende gevel of tegenoverliggend dakvlak met een helling gelijk aan of groter dan 23º ( tabel 4).
NEN 2757-1 Norm
8.4.14   Situatie 13
Situatie 13 wordt als volgt omschreven: Een toevoer in een dakvlak ten opzichte van een afvoer in een hoger gelegen gevel ( tabel 4).
NEN 2757-1 Norm
9   Bepalingsmethode voor de rookgasdoorlatendheid
9.1   Beginsel De voorziening voor de afvoer van rookgas wordt onder druk gezet met lucht en de druk wordt gedurende enkele minuten gemeten om een eventueel drukverlies vast te stellen. De bepalingsmethode bestaat uit het uitvoeren van een proef volgens 9.2. 9.2   Proef De proef moet onder de voorwaarden vermeld in 9.2.1 worden uitgevoerd, met hulpmiddelen en toestellen vermeld in
NEN 2757-1 Norm
9.2.2.1   Ventilator
Een regelbare ventilator in staat om, door luchttransport een luchtdrukverschil tussen de afvoervoorziening en de omgeving te handhaven van ten minste 200 Pa bij overdrukvoorzieningen en ten minste 40 Pa bij onderdrukvoorzieningen.
NEN 2757-1 Norm
C.3   Afkoelwaarde at
De afkoelwaarde at volgt uit: waarin: k is de warmtedoorgangscoëfficiënt van de voorziening voor de afvoer van rookgas bepaald volgens C.4, in W/(m2·K); Oi is de binnenomtrek van de voorziening voor de afvoer van rookgas, in m; cn is de soortelijke warmte van de rookgas, in J/(kg· K); (= 1070 J/(kg· K); qvn is de volumestroom van de rookgas bij 0 ºC en 101,3 kPa, in m3
NEN 2757-1 Norm
C.4   Warmtedoorgangscoëfficiënt
De warmtedoorgangscoëfficiënt k volgt uit: waarin: αi is de warmte-overgangscoëfficiënt aan de binnenzijde van de voorziening voor de afvoer van rookgas bepaald volgens C.5, in W/(m2· K); αu is de warmte-overgangscoëfficiënt aan de buitenzijde van de voorziening voor de afvoer van rookgas, in W/(m2 · K) (= 8,9 W/m2 · K); λ1, λ2 is de warmtegeleidingscoëfficiënt van de
NEN 2757-1 Norm
D.1   Algemeen
OPMERKING De meetopstelling en de apparatuur is, naar analogie van NEN 1087, vrijwel gelijk aan die volgens NEN 2686. De in deze bijlage gegeven beschrijving van de apparatuur is algemeen van aard. Elke combinatie van apparatuur, werkend volgens hetzelfde principe en met dezelfde capaciteit, is toegelaten mits wordt voldaan aan de omschreven eigenschappen en de meetnauwkeurigheden.
NEN 2757-1 Norm
1   Onderwerp en toepassingsgebied
Deze norm geeft bepalingsmethoden voor voorzieningen voor de afvoer van rookgas van gebouwgebonden installaties waarmee kan worden bepaald of de richting van de stroming, de capaciteit en de rookgasdoorlatendheid voldoende zijn. Daarnaast kan met deze norm worden bepaald of de uitmonding van rookgassen niet leidt tot hinder voor gebruikers van het perceel en of de uitmonding van rookgassen een
Zoeken in de websiteFilter resultaten
23 resultaten
Pagina
Termen & definities
U kunt alle termen en definities vinden in NPR 3378-0. Hier staan alle relevante zaken helder voor u uitgelegd.
Zoeken in het werkboek
resultaten voor ""